Was de erwten enkele malen goed, da's belangrijk.
Doe dan de spliterwten in de pan alsmede wat blokjes vetspek en al wat van de groenten. Dat is een aardappel in blokjes, een plak knolselderij in blokjes, een halve wortel in schijfjes, een stukje prei (het groene deel) in schijfjes en een handje selderijblad. Dit gaat meekoken en is vooral om smaak op te bouwen. Later voeg je de rest van de groenten toe.
Leg nu ook de schouderkarbonades in de pan, bovenop de groenten. Voeg dan zoveel water toe dat alles onderstaat, dat is meestal ruim 1,5 liter water.
Breng tegen de kook aan, voeg dan ook de tijm, bonenkruid en laurierblad toe, het bouillonblokje, wat zout en peper en laat de soep zachtjes op laag vuur koken totdat de erwten kapot gekookt zijn. Dat duurt minstens anderhalf uur, soms beduidend langer. Je moet erwtensoep maken als je de tijd hebt!!Vaak is het wel handig om de deksel met een klein spleetje open op de pan te zetten zodat de soep niet hard gaat koken. Als de erwten kapot gekookt zijn haal dan de schouderkarbonades uit de pan, haal het vlees van het bot en trek het vlees met een vork in plukjes. Leg opzij.
NB Je kunt als je wilt alle bereidingen tot nu de dag van tevoren of eerder op de dag doen. Het idee is dat je de soep pas afmaakt vlak voordat je gaat eten en dus geen kapot gekookte groenten hebt.
Je kunt nu de overgebleven groenten en vetspek in stukjes snijden. Je wil gewoon net voldoende groenten zodat je een mooie rijke erwtensoep hebt.
Voeg nu de kleingesneden groente, selderijblad en vetspek toe aan de erwtensoep. Voeg weer water toe - niet teveel en niet te weinig - je wilt geen dunne soep, het moet erwtensoep zijn. Meestal is dat ongeveer 3/4 liter water (een deel is inmiddels verdampt). In totaal gaat er ruim 2 liter water in de pan (maximaal 2,5 liter). Laat de groenten dan een tijdje meekoken totdat ze goed gaar zijn, een kwartiertje of zo. Laat ondertussen de rookworst heet worden. Voeg op het laatst de schouderkarbonade en de rookworst aan de soep toe, breng op smaak met zout en peper, nog even doorwarmen en dien dan op met roggebrood en katenspek.