Snijd het vlees in grove blokjes en strooi er zout en peper over. Bestuif met bloem.
Verhit twee eetlepels olie of reuzel in een middelgrote koekenpan. Je neemt een speklapje, snijd dat in blokjes en bak dan op laag vuur het vet eruit. Schep uit de pan en bak vervolgens de uien en sjalotjes in het achtergebleven vet zacht. Dat duurt circa 10 minuten. Dan schep ze je alle (!!) ui en sjalotjes uit de de pan en zet opzij.
Voeg eventueel nog wat olie of reuzel aan de koekenpan toe en daarin bak je de blokjes vlees in twee batches rondom bruin (echt bruin!!). Schep daarna uit de pan en zet opzij.
Ondertussen verwarm je de bouillon in een geëmailleerde gietijzeren pan. En je voegt vier flinke eetlepels Dijon mosterd en een eetlepel grove mosterd toe. Je klopt die mosterd met een garde door de bouillon zodat je een soort mosterdsaus krijgt.
Als alle vlees bruin gebakken is, dan giet je circa 125 ml cognac in de koekenpan en je kookt alle aanbaksels los (al schrapend) en giet dan alles bij de mosterdsaus. Dan uien en vlees erbij en dan op laag vuur een uur of twee laten garen met de deksel schuin op de pan zodat de saus wat indikt.
Dan voeg je de wortelen toe. En als de wortelen na een klein uur pruttelen beetgaar zijn dan de champignons (die je in wat boter zacht hebt gebakken). Ook drie eetlepels grove mosterd, een scheutje rode wijn en dan nog even doorwarmen.
Ik heb het met pasta gegeten (fettucini heb ik gedaan). Maar gekookte aardappelen of misschien frieten zou denk ik ook niet verkeerd zijn.